Moeilijke dagen zijn het voor de wielerfan. Vorige week was vorige week de Brabantse Pijl te zien, zondag een prachtige Ronde van Vlaanderen, deze woensdag een heroïsche Gent-Wevelgem. En dan volgt zondag het sluitstuk van de stoere mannen-races, Parijs-Roubaix. Onherroepelijk dringt zich de vraag op: Welke koers is de mooiste? Vlaanderens Mooiste of de Hel van het Noorden?
De Ronde van Vlaanderen is vooral Vlaamse romantiek. Mythevorming rondom “De Flandrien”, de Vlaamse arbeider die ondanks alle lekke banden, tegenwind en regen kiest voor de wielersport, omdat anders armoede dreigt. Natuurlijk ook 30 uur voorbeschouwing op de Belse TV met oude mannen met pinten in het lokaal, dat werk. En het is kasseien en vooral ook heuveltjes. De Berendries, de Koppenberg en natuurlijk De Muur. Iedere wielerliefhebber kent ze en het zijn in deze koers ook serieuze obstakels.
Parijs-Roubaix is ook romantiek, maar geen mooie. Het is romantiek van achtergebleven gebieden, van slecht onderhouden wegen. van de Eerste Wereldoorlog. De koers zelf is stoempen over idiote kasseienstroken. Carrefour de l’Arbre, bos van Wallers, de piste in Roubaix. Spanjaarden draaien meteen om na de start, na de koers voel je iets meer en de douches zijn ijskoud.
Beide zijn pure romantiek. Vooral valse romantiek natuurlijk. De Vlaamse renners zijn duurbetaalde profs en Alberto Contador lacht vanuit Baskenland om de Koppenberg. Noord-Frankrijk laat die kasseien speciaal voor het wielrennen liggen, of restaureert ze zelfs. Maar beide, met een beetje zelfbedrog, toch veel mooier dan de vermaledijde Tour de France.
De keuze valt dan toch op Parijs-Roubaix. De Vlamingen hebben immers ook al cyclo-cross. Maar vooral omdat het de absolute niet-klimmers zijn die kúnnen winnen. Types als Wilfried Peeters, Servais Knaven, Tristan Hoffman, Stuart O’Grady, Andrea Tafi. Vaak anonieme knechten in de meeste andere koersen, in Robeken in april de grote mannen. Ook al winnen ze niet. Het gaat om het idee dat ze een keer kunnen winnen, zodat ze daarover kunnen dromen in de bus in de Tour. Zoals Martijn Maaskant.











