Rintje Ritsma werd veel gelauwerd de afgelopen tijd. Een eerbetoon in Thialf, een special in Holland Sport, erelid van de KNSB. En terecht, de man heeft een prachtige sportloopbaan gehad. Met het uitvinden van de commerciële schaatsploeg heeft hij echter het internationale schaatsen kapot gemaakt.
Vroeger bestond er slechts een kernploeg in Nederland. Een aantal geselecteerden, die kregen professionele begeleiding. Ritsma wilde z’n eigen weg gaan en startte in 1995 de commerciële SANEX-ploeg. Voor hem eengoede stap. Sinds die tijd zijn er nog allerlei andere ploegen bijgekomen en telt Nederland, samen met de ploegen die de schaatsbond nog heeft, meer dan 30 professionele schaatsers.
In Nederland is dat prachtig. Veel klasse op de baan, onderlinge concurrentie, professionele trainingen. De Nederlanders worden echter te goed. Iedere top 10-rijder van de NK schaatsen kan in de top 15 komen op een EK, zeker bij de dames. Omdat in de rest van de wereld er nou eenmaal niet zoveel professionele schaatsers zijn. Nauwelijks zelfs.
Nederland is sinds Jaap Eden altijd al toonaangevend geweest in het schaatsen. Dat is niet erg, zo’n dominantie van enkele landen heb je in elke sport. Sinds de commerciële ploegen wordt het gat met de rest van de wereld echter belachelijk groot. Het huidige EK laat dat ook weer zien.
Nederland moet weg van de commerciële ploegen, om het schaatsen aantrekkelijk te houden. Anders verliest het schaatsen op termijn écht de topsportstatus en uiteindelijk de olympische status. Daar wordt ook Rintje Ritsma niet blij van.











