Eberhard van der Laan is nu al een topminister. In het begrotingsdebat Wonen, Wijken en Integratie bleef hij fier overeind staan. Goed nieuws voor de PvdA, minder voor de Partij voor de Vrijheid. Wilders en z’n vrinden konden vrij schieten op z’n voorganger, nu wordt het lastig.
De Volkskrant merkte al op dat Van der Laan “behendig langs politieke poortjes slalomt”. Hij wist in heikele zaken als monitoring van minderheidsgroepen een mooi midden te houden tussen wat is nuttig en wat is wenselijk. Als ware het een CDA-er kwam ie ook meerdere malen weg met een nietszeggend “dat ga ik nader onderzoeken”. En dat op het explosieve integratiedossier.
Het mooiste stukje debat was echter over de zogenaamde straatterroristen. Deze term heeft Geert Wilders geïntroduceerd, om een soort koppeling te maken tussen de Osama bin Ladens van deze wereld en Hassan op de hoek. Van der Laan is de eerste politicus die een goed weerwoord geeft. Tegen kamerlid Fritsma durfde hij gewoon te zeggen: “hoe erg ook, een straatroof is minder erg dan een terroristische aanslag”. Kijk, dat is heldere taal.
De PVV gaat het nog moeilijk krijgen. Makkelijk scoren tegen een stamelende Vogelaar is er niet meer bij, naast Pechtold en soms Halsema hebben ze nu een geduchte tegenstander erbij. Iemand die, ook geholpen door z’n retorische ervaring als advocaat, mooi het midden weet te houden tussen wortel en stok. Die kamer wat voor de hand liggende dingetjes geven onder het motto “subsidie voor haatzaaien, dat vind ik ook raar” , ondertussen aan de eigen lijn vasthouden.
Het is de vraag of de zelfbenoemde Vrijheidspartij nog wel achter de uitspraak staat: “Het vertrek van Vogelaar is voor ons is het reden om de vlag uit te hangen.” Het wordt immers een stuk zwaarder roeien nu voor Wilders en Agema.











