In Hongarije en Slowakije is de rust nog steeds niet teruggekeerd. Een maand geleden waren er heftige voetbalrellen in Slowakije, en dito politiereactie. Zoals dat hoort bij sommige voetbalrellen, waren ze etnisch gemotiveerd: Slowaken tegen etnische Hongaren. Een echte oplossing is nog niet in zicht, zeker niet zolang ze zich met futiliteiten bezig houden en zich uitsluitend richten op Trianon.
De Slowaakse premier Fico weigert het minderhedenrecht verder op te rekken: volgens hem is de Slowaakse minderhedenwet goed genoeg en moet minister-president Gyurcsány niet zeuren. Hongarije wil dat het toegestaan wordt Hongaarse symbolen te gebruiken. Ondertussen debiteert het Slowaakse parlement over plaatsnamen in schoolboeken. En maakt men zich daar in Hongarije weer druk om.
De kleinzieligheid spat eraf. Allemaal bang om steun onder het volk te verliezen, terwijl het gebaren voor de bühne zijn. Natuurlijk moet je Slowakije kunnen zwaaien met een Hongaars vlaggetje. Tegelijkertijd het is wel zo handig om de Slowaakse plaatsnamen te kennen als je daar als 90 jaar woont. Ook al staan ze in een Hongaarstalig schoolboek.
Dit zal voorlopig nog wel doorgaan. Dat enge clubs uit het buitenland en de verenigde expatclubs zich ermee bezighouden helpt al niet. Dat ook leden van de Hongaaarse Academie van Wetenschappen gaan zeggen dat het land sinds Trianon in een deplorabele geestelijke en morele toestand is geraakt, is al helemaal ernstig. Als je Trianon als historische cesuur voor alles neemt, als alles de schuld is van dat verderfelijke verdrag, dan kom je nooit ergens. Nou is Trianon ook schuldig aan de huidige economische crisis natuurlijk, maar mensen hun baan laten behouden heeft meer prioriteit.











