Wederom een verzoek: of er een menig te krijgen is over een mogelijke revolutie in de edele schaaksport. Jazeker is die te verkrijgen. Er ligt een voorstel op tafel om naast het bekende, klassieke schaak ook een andere variant officieel te gaan beoefenen. De 960-variant waar de torens niet per se aan de buitenkant staan en het herdersmat niet meer zo makkelijk is. Dat is een prima plan.
In het klassieke schaak is er een statische beginopstelling: Koning, dame in het midden, dan lopers, dan paarden, dan de torens. Het nadeel hiervan is dat de mogelijkheden weliswaar schier eindeloos zijn, maar niet echt eindeloos. Zeker sinds het gebruik van de computer is schaken hierdoor meer een weetsport dan een denksport geworden. Het gaat niet meer om tactisch spelinzicht, maar om de vraag wie de meeste opstellingen uit z’n hoofd kent.
De 960 variant, verzonnen door ex-schaker en gek Bobby Fischer, met een variable eerste lijn achter de pionnen, heft dit deels op. Door een willekeurige startopstelling, nemen de mogelijkheden enorm toe. De rol van spelinzicht, en daarmee het spelplezier weer moet toenemen. Dat is mooi. Sporten waarbij je meerdere dingen moet kunnen zijn altijd mooi. Moderne vijfkamp, decathlon, allround-schaatsen en Noorse Combinatie zijn mooiere sporten dan de onetrickpony-sporten. Schaken is, zeker op internet, enorm populair overal ter wereld. Zeker op topniveau kan het schaken wel een shot impulsiviteit gebruiken. Bovendien, als zelfs de wereldkampioen het ermee eens is.
Nu maar afwachten of de knotsgekke schaakpresident Kirsan Ilyumzhinov (ook president van Kalmukkië) zich erin kan vinden. Maar hij kan vast wel betaald overtuigd worden.











